Of eigenlijk iets meer, maar 7 klinkt zo goed. We starten in Lhasa. De eerste kennismaking is heftig. Overal politie, leger, SWAT teams en brandpreventie teams. Die lossen elkaar steeds af. Marcherend, vol machtsvertoon.

Om het echte centrum (rondom de Jokhang tempel) in te kunnen moet je door security poortjes. Deze is voor ons niet streng, maar voor de Tibetanen wel. De politiedames durven Finbar niet te fouilleren. Ze lachen heel verlegen naar hem.

Pelgrims lopen of kruipen knielend kloksgewijs 3 rondes om de tempel. Voor de tempel is het druk, mensen liggen in al hun devotie op de grond. Politie en leger houden alles continu in de gaten.

Onze tour begint met een bezoek aan de Jokhang tempel. Buiten is het wederom druk, binnen ook. Mensen lopen met kannen gesmolten boter de verschillende ruimtes van de tempel af om de kaarsen bij te vullen. Er hangt een weeïge lucht. We leren over Buddha’s en Lama’s.

Het eerste klooster wat we bezoeken is het Sera klooster aan de rand van Lhasa. Hoog in de bergen een geel hok waar sommige monniken 3 jaar, 3 maanden en 3 dagen in gaan zitten om te mediteren en te studeren. Wij zien de jonge monniken die in debat gaan. Degene die staat mag de meeste vragen stellen. En klapt vol overgave in z’n handen.

De toegang tot het het Potala Palace is streng. Geen water. Geen vuur. In de zomer schijn je maar één uur te hebben om alles te mogen zien. Door het seizoen en de alle strenge regels hebben wij meer tijd. Eenmaal beneden blijkt dat ook hier pelgrims hun rondes doen.

Het zomerverblijf van de Dalai Lama is uitgestorven. Er is bijna niemand. De 14e (de huidige) had als eerste in Tibet een Westers toilet. De luxe. Hij heeft er maar amper 3 jaar van kunnen genieten.

De derde dag van de tour gaan we Lhasa uit, richting Gyantse. Na een prachtig èn heilig bergmeer bezoeken we een klooster. En nog één. Het begint ons te duizelen: Lama’s, Buddha’s, beschermers, de verschillende stromingen; het is nogal wat ingewikkelde materie. Wel kunnen we zeggen dat we de grootste future Buddha ter wereld hebben gezien. En dat Finbar behoorlijk wat indruk heeft gemaakt op een groep jonge monniken.

Onderweg worden we geplaagd door trajectcontroles. Aan het begin krijgt de chauffeur een briefje met daarop de tijd waarop we het traject mogen afsluiten. Deze restricties zijn soms zo ridicuul (50 km in 90 minuten) dat we dikwijls naast de weg wachten.

Voor toegang naar een andere provincie moet een extra permit aangevraagd worden.

Daarna mogen we weer verder. Op naar het volgende klooster, van weer een andere stroming. Herkenbaar aan de donkere kleuren. De Lama hiervan mag trouwen en zijn zoon is opvolger. De Lama zelf lijkt op een vrouw.

We vervolgen de weg door het mooie Tibet. Het hoogste punt van de trip ligt op 5.248 meter. Er is ook een wc. Daar moet je gebruik van maken, al is het alleen maar om te zeggen dat je op 5.248 meter hebt geplast. In de Himalaya. Heel cool.

De hotels waar we in overnachten zijn niet al te best. Lees: koud en 2 hadden geen warm water, één zelfs geen heater. Slapen in een ger was soms comfortabeler.

Van New Tingri rijden we naar Old Tingri. Met uitzicht op die hele beroemde en de allerhoogste; de Mount Everest. We lopen door het dorp en worden achtervolgd door een groep jongetjes met plastic pistooltjes. Ze willen geld. Dat krijgen ze niet, ook op aanraden van een dorpsoudste. We geven ze een 3D toegangskaart van het zomerverblijf. De dorpsoma kijkt erop toe dat ze eerlijk delen. We belanden daarna in een plaatselijke bar voor een Lhasa Beer (beer from the roof of the world). Ik krijg een bot met schapenvlees. We kletsen met een aanwezige muppet en kijken zo’n vijf keer naar de clip van het favoriete liedje van de dame die er werkt.

We rijden richting de grens. De Friendship Highway daalt. We zien weer bomen. Het is warm. Nepal ligt aan de andere kant.

We verlaten Tibet en moeten eerst uitgebreid door de Chinese douane. Ook de Lonely Planet voor Nepal wordt gecheckt, als er maar niets suggestiefs in staat over de Dalai Lama en Tibet. Het is in orde. Onze Chileense reisgenoot moet wel haar Rough Guides van zowel China als India achterlaten.

We verlaten China en lopen over de Friendship brug. De rode lijn markeert de grens met Nepal. We lopen een dorpje in, één van de gebouwtjes is het immigratiekantoor. Vier drukke mannetjes handelen de visumformulieren af. Het visum moet tenslotte nog getekend worden door de immigration officer, die in een aparte kamer zit. Hij zit met een krantje achter z’n bureau. De rust zelve. Vriendelijk heet hij ons welkom in Nepal en hoopt dat we ervan genieten. Zijn handtekening staat inmiddels op het visum.

Binnen een uur staan we in een ander land, maar ook in een andere wereld.