Na het enerverende diner bij de familie Amiri ontvluchten we Yazd. Niet omdat het daar schreeuwend druk is of omdat we omver gelopen worden door hordes bejaarde toeristen. Nee, omdat buiten Yazd heel veel te zien is. Meer dan woestijnzand dus. We gaan een dag op pad met de uiterst charmante Feresteh. Zij is tourguide en we kennen haar via Mohsen. We mogen haar Angel noemen. En dat doen sommigen van ons maar al te graag.

We gaan eerst naar Chak Chak, wat drup-drup betekent. Daarboven in een grot is een Zoroastrische tempel, waar het vuur altijd brand. Er heerst een serene sfeer in de tempel en er drupt inderdaad water.
Vervolgens gaan we naar Meybod. We bezoeken een fort, een yakh dan (een ijshuis/koepel) en een oud postkantoor. Dat ijshuis is wel heel bijzonder. Die Perzen waren namelijk verdomde innovatief. In de winter werd in de vijvers voor de koepel ijs gekweekt (gewoon op de ouderwetse – laat de boel maar bevriezen – manier) en dat werd vervolgens in het reservoir in het ijshuis gedaan. Door de vorm van de koepel blijft de boel koud en zo hadden de mensen een gigantische koelkast.
In de caravanserai van Meybod eten we met Angel. Ze is nieuwsgierig naar Nederland. We vertellen, en nu zijn Finbar en ik niet getrouwd. Zij laat foto’s zien van zichzelf en haar man. Ze heeft prachtig haar. Verderop komen er twee oudere toeristen binnen met hun gids. Nederlanders. En verbaasd dat wij een vrouw als gids hebben. Ja, zouden ze ook wel willen.
Na de kebabs en de verplichte lokale pottenbakker bezoeken we een duiventoren. Ook weer zo’n vernuftig oud Perzisch bouwwerk. Duiven kunnen vanaf een plateautje naar beneden poepen en dat wordt opgevangen voor mest.

’s Avonds verblijven we ook in een caravanserai. Op de foto’s allemaal idyllisch, maar in het echt ligt het ding vlak naast een snelweg. Vanbinnen is het wel erg mooi en merk je die weg niet eens. We zijn niet de enige toeristen in Zein-o-din. Er is ook een groep Duitsers. De weekbek van dat groepje wil dolgraag integreren en vertelt over zijn wilde avonturen in ”The Dettert”. Wij hebben vooral dorst, maar moeten wachten op het diner voor onze dagelijkse Dellester. We kunnen wel thee krijgen. Natuurlijk.
We hangen maar een beetje in onze nis. Iemand van het personeel komt naar mij toe en zegt dat ik m’n hoofddoek af mag; want we zijn hier familie. Een ander personeelslid zweeft over het middenterrein op z’n slofjes als een soort Aladdin. Wel een zwaarlijvige Aladdin.

Bij het diner ontmoeten we de andere Duitsers. Een paar mannen, waaronder de weekbek en een kenau. Zij wil weten hoe we terug gaan naar Yazd. Met een taxi. Ze vindt $20 veel te duur. Wij halen onze schouders op.
De volgende dag erna staat Angel ineens naast ons. Verrassing! Ze vindt ons zo leuk dat ze ons persé op wilde halen. Finbar en Redger staan er een beetje schaapachtig bij te lachen.
Eenmaal in de auto staat ineens de Duitse kenau naast ons. Want ze heeft nog steeds geen vervoer en wil bijna Angel kapen. Angel zegt dat ze maar een taxi moet bellen.

In Yazd maken we de wandelroute van de Lonely Planet af. Heel toevallig ook langs de Alexander’s Prison, waar Angel ook werkt (nu in een zwarte chador, nog steeds charmant). Daartegenover is een chique hotel met binnentuin waar we thee drinken (of eigenlijk een Istak Lemon), een leuk doolhofspel spelen op het dak op zoek naar de wc en poseren bij de Haft-Seen.
Vervolgens gaan we naar het park met de grootste Bagdir van Yazd (een tip van Angel, dus daar moet je heen). Ik word in mijn wang geknepen door een oudere dame die met me op de foto wil en Finbar ontmoet een lookalike. Bij de tapijtwinkel (ja mooie tapijten, prachtig, heel mooi, echt waar, mogen we het dakterras zien?) zien we de zon ondergaan boven Yazd. Na de zoetigheidwinkel (we willen zelf ook rozenwater baklava) gaan we naar de gym. De traditionele gym waar sommige mannen net een ouderwetse circusattractie zijn en hele zware knotsen kunnen tillen. De rest staat in een kringetje moeilijke oefeningen te doen.

Volgende stop: Esfahan (of Isfahan). We gaan met de bus. Een warme bus met superveel beenruimte en iedereen krijgt een snoepzakje. Geen aparte ingang voor vrouwen dit keer.
In Esfahan kun je niet om Het Plein (Naqsh-e Jahan/Imam Square) heen. En dat is dan ook het eerste wat we bezoeken na aankomst. Hier zijn ook de mannetjes die toeristen lastig vallen. Tapijt kopen? Potjes en pannetjes kopen? Gids nodig?

Nowruz begint vanavond. Dat moeten we dus meevieren. En dat doen we in restaurant Shahrzad onder het genot van een Bavaria 0.0. Rond 20:00 uur (na de officiële aankondiging op de radio) is het Nowruz. Iedereen wenst elkaar gelukkig nieuwjaar met ‘Nowruz Mubarak’. Het restaurant deelt traditionele snacks uit.
We gaan naar de brug en er is wat vuurwerk. Niet het Chinese geweld wat we kennen van Chinees nieuwjaar of dat vuurwerk wat menig Nederlandse binnenstad omtovert tot oorlogsgebied. Nee, het is vooral heel bescheiden. Of eigenlijk gewoon een beetje lullig.