We tellen mee. We zijn in Thailand. En in Bangkok. Vink èn vink.
Bangkok is een groot contrast met Myanmar. De eerste grote stad na Beijing. Natuurlijk, in Yangon wonen 6 miljoen mensen, maar om het nou een metropool te noemen. Nou nee.
Bangkok is dat wel.

In Thailand spreken ze uiterst vermakelijk Engels. Bij het bestellen van een Very Berry Smoothie in de de 7-Eleven word ik gecorrigeerd door de dame achter de balie: “It is Burry.” En dat met een overtuigde uitdrukking op het gezicht. In speelgoedwinkel staan twee jongens de uitgang aan te wijzen. Ze hebben druk overleg over het juiste woord:
“Access?”
“No. Exit!”
“Oh, exit. Exit, exit, exit.”

Oudejaarsavond vieren we op een posh feestje in een skybar van een puissant luxe hotel. Vals spelen moet je goed doen, met dank aan Irene.

Markten zijn overal te vinden. De Chatuchak is Groot. Toeristen druipend van het zweet dwarrelen langs de kramen.
In Chinatown moet je ’s avonds op de markt zij voor eten en overdag voor vage rotzooi. Of een warenhuis met telefoonhoesjes (3 verdiepingen kun je gerust zo noemen). Op de ene markt hangen slappe kippen naast kraampjes met Chinese kitsch, op de andere worden kramen met plastic mandjes of lampen afgewisseld met sexartikelen.
Op een andere night market staan we tussen de Thai die vrolijk aan het dansen zijn. Of we ook op het podium willen?

We blijven afvinken. Grand Palace, fast ferry op rivier, Singha, Kao San Road, tuktuk, Chang en veel eten. En ook nog een veel te duur biertje in een skybar. Maar wat een uitzicht.