Met een tourist bus gaan we naar Chitwan. Laat er geen misverstand over zijn; het gaat hier om een volgestouwde bus met gammele stoelen en mensen van 1,96 m moeten zichzelf opvouwen om te zitten. Niets royal class.

En in zo’n bus heb ik gebraakt. Netjes in een tasje, dat wel. Finbar, nog steeds onder de indruk van de hoeveelheid, heeft de tas met inhoud op z’n Nepalees langs de kant van de weg gegooid.

Chitwan is een ander Nepal. Met olifanten, neushoorns, tijgers, krokodillen en beren. Iets van jungle dus.

Die jungle gingen we in op de rug van een olifant. Waar iedereen dacht stil te moeten zijn voor al die dieren, begint de olifantbestuurder ineens te schreeuwen naar een collega. Gevolgd door een rare hoge gil. De collega schreeuwt vrolijk terug. De communicatie gaat over waar de jabba’s zijn. Neushoorns blijkbaar, want even later zien we ze.

Vanaf een houten kano zien we volop krokodillen. Sommigen lijken van plastic, zo stil liggen ze met hun bek open.

Voor de junglewandeling krijgen we instructies wat te doen bij het tegenkomen van wilde dieren. De gids heeft een stok als wapen. Af en toe blijft hij stil staan en staart in de bosjes. Niets te zien. We zien wel nog een jabba in het water.

’s Avonds gaan we naar het Tharu Cultural program. Mannen en vrouwen die een dans met stokken doen. En daarna nog meer, met weer andere stokken. Heel verheffend. De voice-over is vooral mooi. Blijf oefenen op dat Britse accent.

Pokhara is laid-back. Men komt hier voor keiharde actie in de bergen of om gewoon wat dagen rond te slenteren. Groepen bejaarden doen dat met een rode stip op het voorhoofd. Aardig lullig dus. Je schijnt er wat sightseeing te kunnen doen, maar dat hebben we even overgeslagen. Happy hours zijn ook leuk.

In Pokhara moet je wat aan trekking doen. Wij lopen naar Sarangkot. Nu zijn er meerdere paden die er naar toe leiden, wij kiezen als rasechte wandelfanaten voor de lange route. Eerst door de stad en daarna de bergen in. Een jongetje dat net vanuit school komt loopt met ons mee. Hij woont op een berg.

Op de top gaan we naar ons guest house, Super View (alle guest houses hebben View in hun naam, aldus de mensen die in de plaatselijke mini-market werken).
De zon gaat onder. Ondanks de bewolking nog steeds mooi.

De dag erna gaat de wekker vroeg. Voor de zonsopkomst. Bij het viewpoint blijken we uiteraard niet de enigen te zijn. Iedereen wil foto’s van die besneeuwde toppen in dat licht. Sommigen gebruiken zelfs hun flitser. Ik wens ze veel plezier met die foto’s.

Naar beneden nemen we de korte route. Daar loop je dan met je stevige wandelschoenen. Type B/C. Komt er een oma op slippers je inhalen en naar beneden rennen. En ze slaat treden over. Gekke locals.

Vanaf Pokhara nemen we het vliegtuig terug. Buddha Air met wat vertraging. Aan de linkerzijde is het uitzicht super. Bij aankomst in Kathmandu worden we afgedropt bij de bagage claim die buiten is. Lekker provisorisch. We mogen de chaos weer in.