Merhaba! We zijn ineens weer tussen de hordes toeristen in een wereldstad met meer inwoners dan ons kleine landje. Vanuit het raam van ons appartement zien we de rij voor de Galata toren dagelijks aanzwellen.
Vorig jaar (voor èn na Iran – en die verhalen zijn ook terug te lezen!) hebben we al wat dagen in Istanbul doorgebracht, dus we hoeven niets. Zeker geen kippentoetje. Lummelen doen we ook niet, maar we gaan wel op onze slofjes naar de Suleyman moskee via de kopjes-en-schoteltjes en huishoudelijke spullen bazaar. Vanwege het gebed mogen we de moskee niet in en moeten we wachten. Dat doen we onder het genot van een kopje çai (thee), naar goed Turks gebruik. Verder slenteren we wat door straatjes, gaan naar de schoenmaker, zitten op een ferry, eten wat pides en drinken Ayran en Efes.

Het is vlaggetjesweek in Turkije. Op 7 juni mogen ze weer naar de stembus. Geregeld rijden er bussen of auto’s met luide propaganda door de straten van Istanbul. Aan de overkant van de Bosphorus stuiten we zelfs op een heuse optocht. Op het plein bij de ferries staat menig politieke partij met een standje. Die van de Turkse groene partij is het gemoedelijkst; de muziek hapert wat, de partytent waait bijna weg, maar de campagnemedewerker blijft rustig zitten.

Omdat Haydarpassa nog steeds dicht is (de vraag is of-ie ooit weer open gaat) moeten we voor de nieuwe hogesnelheidstrein naar een station in een buitenwijk van Istanbul. Dan zie je de omvang van de stad, na anderhalf uur reizen zijn we op Pendik en nog steeds in Istanbul.

Een uur of 4 later zijn we in Ankara, dat in 1923 het hoofdstadstokje van Istanbul heeft overgenomen.
We zijn in Anatolië en ook in een deel van Turkije waar niet veel toeristen komen. Hier geen mannen die verdwaasd rondlopen met een handeltje aan hippie-bloemenkransen, omdat ze toevallig hip zijn onder pubermeisjes. Maar wel mannen die tweedehands witgoed verkopen in de Marktplaats-bazaar van Ankara. Eten doe je in een grote kebab tent waar je op de foto moet met het bedienend personeel.

’s Nachts komt na een reis van zo’n 12 uur (vertraging op vertraging) Caroline aan in Ankara. Na 1,5 uur praten en het uitdelen van drop gaat ze slapen.

In Ankara moeten we het visum voor Turkmenistan regelen. Vijf werkdagen, dus na het rondje Cappadocië kunnen we de paspoorten weer ophalen. Bij de ambassade leveren we de uitnodigingsbrief en paspoorten in en worden we gevraagd $75 pp via de IS-Bank over te maken, dat kan een paar blokken verderop. Na de soepele transfer gaan we terug. De ambassade-meneer is weg. Blijkbaar naar huis. Of we om 14:00 weer kunnen melden. Doen we – onder stil protest (normaal is de ambassade open van 9 tot 12). Verrast lopen we diezelfde middag met visum en al de ambassade uit.

Op de berg bij het kasteel ontmoeten we Caroline weer. Die heeft een hele andere dag gehad; winkeltjes, bakkertje en een kappertje. Die zitten hier trouwens op de tweede verdieping verstopt.

We lopen het kasteel op, ook letterlijk. Onderweg naar een markt roept een mannetje ons. Hij heeft een terras met uitzicht op Ankara! Na de markt gaan we toch eens kijken. Jawel, uitzicht op Ankara! De kerel is blij en zet gelijk de Toppers voor ons aan. En uiteraard valt ook weer de naam Sneijder. Een andere kerel wil vooral dansen en bij voorkeur een Turkse volksdans; armen in de lucht en knippen met die vingers. Huppa!

Op zoek naar een eettent stuiten we op een geweldige cafetaria annex grill restaurant. Mega kebabs liggen in de vitrines en ook vegetarisch kan hij ze maken. Binnen een half uur staat onze tafel vol met kebabs, salades, een vers gebakken brood, sauzen en schuimende Ayran.

Na het feestmaal gaan we naar het Luna park, maar helaas draait het reuzenrad nèt niet meer. “Finished!” Na een wandeling door het park kijken we met de conciërge van het hotel de tweede helft Bayern-Barca.

Vanaf een mega busstation (groter dan een regionaal vliegveld) nemen we de bus naar Cappadocië. We zien een jongen uitgebreid afscheid nemen van zijn familie en vrienden. Na het jonassen komen de tranen. De mannen wordt het te veel en steken een sigaret op. Wij vermoeden dienstplicht. De bus rijdt weg en de familie zwaait, de vrienden zingen. Vijf minuten later vertrekt onze bus.