De Trans-Sumatran Highway klinkt als een extreem exotische snelweg. De chauffeur zegt dat hij wel hard moet rijden, omdat hij anders in slaap valt. Daarna koopt hij ergens nog even 3 pakjes kretek sigaretten. Ook om wakker te blijven. Die steekt hij om de 50 bochten op.
Hij heet Daddy.

De highway vanuit Bukittingi richting Parapat bestaat uit zo’n 23.417 bochten. Midden in de nacht rijden we door een enorme plas water. Een verraderlijke plas, de band knapt. We zijn niet de enigen. Er staat een andere man ook z’n band te verwisselen. In de stromende regen.

Tegen de ochtend stoppen we. Daddy is moe en gaat een uurtje slapen.

Bij het naderen van Parapat zijn de vele moskeeën in het landschap vervangen door kerken. Batak’s zijn christenen. En waren kannibalen. Of niet.

In Parapat nemen we de ferry naar Samosir, het eiland dat in Danau Toba ligt. Daddy drinkt ondertussen een kopje koffie. Ergens naast Tuktuk hebben we een hutje aan het meer.

Met de brommer gaan we het eiland rond. We gaan in de hotspring (niet voordat we eerst op de foto zijn geweest met het meisje van de koffietent) en zijn net voor de regen weer terug.

We gaan ook naar Ambarita. Om de stenen stoelen te zien. Mooie tourist trap met bijbehorende souvenirverkoopsters. De tent waar we wat willen drinken blijkt van een kunstenaar te zijn. Hij is bezig met een groot blok hout. We drinken een ultrazoete Fanta stroberi en kijken hoe hij werkt.

Bij een lokaal restaurant praten we met de eigenaresse, Ulli. Ze bakt een cake voor ons. Met chocola en banaan. Ruim 2 kilo. Wel in ruil voor geld uiteraard.

Met nog 1,7 kilo cake verlaten we Samosir en gaan richting het noorden van Sumatra.