Maar 30 uur in de trein en dan zijn we 5193 kilometer van Moskou. In de reis naar het oosten van Siberië gaat de klok van +3 naar +5 uur op Moskou tijd (reuze belangrijk jargon; alle treinen rijden op Moskou tijd. Saillant detail: Finbar’s rode horloge staat nog steeds op Moskou tijd).

Het landschap verandert, meer heuvels, meer vlaktes, minder bomen. En er valt sneeuw.

De Taiga. Zo onheilspellend als Sir David Attenborough kunnen we het niet uitspreken.

Onze coupé delen we met een knap meisje, die na 24 uur in de trein nog steeds bijzonder toonbaar is (hoe doet ze dat?). En een man die goed is in vervelen; hij staat, hangt, ligt en zit te staren, eet wat, prutst met een piepende afstandsbediening, frummelt met papiertjes en slaapt/snurkt (dit ritueel duurt steeds zo’n zes uur en hebben we dus vijfmaal mogen aanschouwen).

Door de hitte veranderen alle passagiers in slome zombies op slippers en wij doen gezellig mee. Een walrus waggelt in roze bloemetjesjurk door de gang, elk moment kan ze omvallen. De man met houten heup is de koning van wagon 8, als hij met een peuk op zijn lip door de gang loopt moet iedereen opzij.

De walrus blijkt ’s avonds nog een andere robe te hebben, roze geblokt.
Zij gaat slapen en vult het bed. Zelfs nog als we uitstappen in Irkutsk.

(De laatste alinea is gecensureerd. De originele versie is op te vragen. Wel op eigen risico.)