Vanuit Astana gaat maar één keer per week een trein naar Urumqi. En dat met 4 wagonnetjes. De meeste passagiers zijn op weg naar hun vakantiebestemming in eigen land. Kazakhstan heeft een aantal meren in het oosten. En ja, in het negende grootste land ter wereld duurt het reizen over land wel even.

We missen de trein bijna. Het perron ligt namelijk niet voor de ingang, maar een stukje verderop. Na het record rennen met bepakking en het douwen in de trein zijn we het eerste kwartier vooral bezig met uitzweten bij het open raampje. Dan komt de provodnik melden dat de airco het doet in de coupé’s.

Onze coupé delen we met twee nogal corpulente jongetjes. Zeg maar gerust dik. Ze eten blijkbaar al het eten thuis op, want pa is aan de magere kant. Ze hebben de bovenbedden en elke keer als ze erop proberen te klimmen is het overduidelijk dat er wat vetrollen en overbodige massa in de weg zitten. Maar uiteindelijk lukt het wel en liggen onze eigen Billie Turfjes uit te hijgen uit op hun bed.

De kinderen in de trein doen een schietspel. Een energiek ventje met een Barca tenue (uiteraard Messi) loopt met een nep AK-47 rond en de dikke jongetjes doen het met revolver. Messi schiet ons ook een paar keer neer.
Finbar is niet eens de langste passagier aan boord; een Kazach die met z’n gezin op weg is naar één van de meren is 1,98 meter. En kan goed Engels. Waarom we maar zo kort in zijn land zijn? Tsja. Finbar belooft dat we weer terug komen.

Een aantal stops zijn wat langer, dus kunnen we wat drinken kopen (helaas geen bar in deze trein). Elke keer worden we door onze provodnik streng in de gaten gehouden. We beloven op tijd terug te zijn en niet meer te rennen.

Na een nacht rijden mogen we op een onbeduidend station een uur buiten spelen. Niet omdat het een grote stad is, maar omdat er aan onze trein een paar wagonnen uit Almaty worden gekoppeld. Er staan wat mensen snacks te verkopen, waaronder shaslicks vers van de grill. Volgens een mede-passagier hele slechte shaslicks van eend. Hij snapt ook niet waarom we met de trein reizen.

Vlak voor de grens moeten de onderstellen gewisseld worden (oud-Sovjet landen hebben van oudsher een breder spoor ter verdediging). Wij mogen ons vermaken op het station; in een bar met heel traag personeel.
We zijn niet de enige toeristen, in Almaty zijn 3 Duitsers en een Nederlandse ingestapt.

Als we de trein weer in mogen, stapt een op een travestiet lijkende douane mevrouw in (ietwat uitgeschoten met d’r make-up). Ze komt de paspoorten verzamelen.
Dat het geen makkelijke grens blijkt al wel aan de Kazachse kant. Na het uitpluizen van een halve backpack hebben ze genoeg gezien, de snuffelende hond en z’n vals kijkende baasje zijn ook snel klaar.

In het stuk naar de Chinese grens mag iedereen weer vrij rondlopen. Mensen schuifelen door de gangen, staan in de rij voor de wc en pakken heet water. Jeej, instant noodles!

Dan blijven we uren stil staan. Zonder airco.
De coupé’s worden grondig gecontroleerd, dan willen ze de tassen zien. Ik pak mijn tas gedetailleerd uit en bij de EHBO kit weten ze genoeg. Die van Finbar geloven ze dan ook wel.

Maar dan zijn we er nog niet. Van een ander clubje willen ze ook de bagage zien. Allebei de tassen. En de foto’s op de MacBook. Zijn die van onze reis? Geen terroristisch materiaal? Geen porno?
En welke guide books hebben we bij ons? Gelukkig niet de Lonely Planet van China, want dan waren we die kwijt geweest (Taiwan wordt daarin niet als Chinese regio aangeduid). De Engels sprekende douane dame zegt dat ze een hele kast vol hebben en dat je het beter digitaal kan meenemen, want dat wordt toch niet gecheckt.
Dan zijn we klaar en kan de trein China inrijden.

Urumqi is niet onze eindbestemming, we gaan door naar Turpan. Daarvoor moeten we wel eerst een treinkaartje kopen. En dat kan op station Urumqi niet zomaar. Vanwege de angst van China voor Uighuren en eerdere incidenten (zoals de aanslag van 2014) is er enorm veel politie in en rondom het treinstation. Wij worden niet echt gecontroleerd, maar de oorspronkelijke bevolking wel. In de tickethal blijken de ATM’s niet te werken en ondanks het feit dat er wat Engelse woorden op de ticketautomaten staat is de software gewoon in het Mandarijn.
Het duurt even, maar dan zitten we in de volle wachtruimte te wachten op de trein naar Turpan. Het gerochel is ook weer begonnen, net als het rondschuifelen met een beker thee en het rondlopen met een blote buik.
In twee uur razen we langs de woestijn en in de verte de witte pieken van het Tian Shian gebergte naar de heetste stad van China. We zijn weer op de zijderoute.