Van de Oezbeekse plaatsen op de zijderoute spreken Bukhara en Samarkand misschien wel het meest tot de verbeelding. Ook in de hoofdstad schijnen de karavanen geweest te zijn. Wij volgen deze route net als meer Europeanen ook vanuit Khiva. En nee, niet met een stoet kamelen.

Omdat er amper treinen tussen Khiva en Bukhara rijden, nemen we taxi. We delen die met een Fransoos.
De weg is niet al te best, maar toch weet de chauffeur er soms met 160 overheen te knallen.

Bukhara is een stuk groter dan Khiva, maar de dichtheid aan historische gebouwen is net zo hoog. Centraal staat de minaret die allesverwoester Dhenngis Khan wél liet staan.
Niet alles is even indrukwekkend, zo is de Ark vreselijk saai terwijl het op papier en van de buitenkant er zo veelbelovend eruit ziet. Er tegenover staat bijvoorbeeld een veel mooiere moskee.

In een park gaan we naar een oud mausoleum. Het meisje wat er werkt heeft lichte paniek als er ineens 2 witte mensen op de stoep staan. Ze begint te roepen en binnen mum van tijd staat er een jongen voor onze neus die ons wel tickets kan verkopen.

In veel medressen zijn winkeltjes, met de onvermijdelijke tapijten, zijde, tafelkleden, keramiek en schilderijtjes. We passeren ze in een snelwandelaarstempo en kijken rond op de binnenplaatsen en de expositieruimtes. Of we moeten even zwaaien naar een familie die opgedirkt zit te wachten op het bruidspaar.

Verder lopen we wat rond, drinken biertjes met de Ieren, doen een siësta, bezoeken wat musea, eten op dakterrassen en zetten liters thee weg bij chaikanas. Elke avond passeren we een man die vraagt waar we vandaan komen. Na het horen van Gallandia komt altijd de reactie “Aaaaah Gallandia. Aahhh. Football!”

(tekst gaan verder onder de foto)

De minaret in Bukhara

Samarkand is weer een stuk groter en in die stad draait het allemaal om Timur aka Tamerlane. Het lijkt ons dan ook niet meer dan gepast om eerst een bezoek aan zijn mausoleum te brengen. Dat het een grote jongen was bewijst het indrukwekkende gebouw.

Na het eten lopen we via de Russische wijk en het park terug. Een kwartier in het pikkedonker, want het licht is uitgevallen. Gelukkig duurt het niet lang, want nu kunnen we genieten van de fontein. Er klinkt een ode aan Samarkand, de fontein danst in alle kleuren en rondom zitten allemaal locals te genieten van het schouwspel.

Samarkand kun je niet verlaten zonder een bezoek aan de Registan, ofwel een plein met 3 giga-medressen. Hét summum van de Timurid architectuur en het toeristische hoogtepunt van heel Oezbekistan. Dus er lopen ook wat tourgroepen rond die er lustig op klikken voor een mooi kiekje. We zien ook een man in een brede spreidstand z’n stinkende best doen voor dat ultieme shot.

Via een bakker die we zo z’n tandir in zien lopen en de moskee die behoorlijk gerenoveerd wordt komen we op de bazaar. Na een rondje spullen kopen en mensen kijken crashen we bij de chaikana. Daar zitten ook twee oude mannetjes met prachtige verhalen.

’s Avonds zitten we bij Altstad (jazeker; dat klinkt verdomd Oezbeeks) aan een verse tapbier als de Italianen voor onze neus staan. De ober heeft net een paar woorden Engels geleerd en komt om de paar minuten aan onze tafel met de vraag:

“Everything allright? No problem?”

We antwoorden dat er geen enkel probleem is. Echt niet.

We hebben nog iets op de lijst staan in Samarkand; de Shah-I-Zinda begraafplaats. Of eigenlijk de avenue met mausoleums. Via het klootjesvolk-kerkhof (de achteringang) kun je gratis naar de straat met de prachtige tombes. Daarna is het wel mooi geweest met de koepels en mozaïeken.

Omdat een aardbeving Taskhent verwoest heeft is van die hele zijderoute niets meer te merken. De stad is op de bazaar na erg lelijk en vooral heel saai. Ons verblijf daar is noodzakelijk, want de eens zo handige grensovergang tussen Samarkand en Penjikent (in de Tajikse Fan mountains) is al jaren gesloten vanwege een dispuut tussen beide presidenten.

We verdoen wat tijd in een park wat vooral gebruikt wordt voor fotoshoots (bruidsparen, een boyband en kleine prinsessenmeisjes). Ons wordt gevraagd waarom we in hemelsnaam overdag in het park rondhangen en waarom we überhaupt in Tashkent zijn. Vervolgens krijgen we een ijsje van de aardige Oezbeek.

In ons hostel krijgen we gratis live entertainment. Een Maleisiër en een Japanse zitten indruk op elkaar te maken met foto’s van al hun reisbestemmingen, alle camera’s die ze daarvoor gebruikt hebben, waar ze allemaal wel niet geweest zijn en waar ze nog heen willen. Ondertussen loert een op Gerard Cox lijkende meneer met schuine ogen naar hen en laat ampersand even wat scheten lopen. Hij kijkt al een half uur op de achterflap van zijn Lonely Planet.
Hij deelt een dormroom met de Maleisiër waarvan de airco niet werkt. Gerard Cox heeft er al over geklaagd, maar wil een coupe plegen samen met de Maleisiër. Die is echter meer geïnteresseerd in het tonen van zijn foto’s. Want hij vindt zichzelf naast alleswetende wereldburger ook een uitstekende fotograaf.
De oude man gaat wat verliggen en maakt wat kreunende geluiden. Finbar denkt onderhand dat de man niet lang meer te leven heeft.
Verderop zitten twee Fransen bijna ín hun laptop scherm. Wij vermoeden porno.

Bij het ontbijt worden we blijkbaar afgeluisterd door de Maleisiër en voor we het weten staren we maar een foto van zijn Kazachse registratie. We murmelen er een dankjewel uit en de gast druipt al snel af. ’s Avonds denkt de foto-flasher/betweter een nieuw slachtoffer gevonden te hebben in een Nederlandse backpacker. Maar als we Nederlandser horen reageren met “I will go there in a few weeks, so I think I will see it for myself” op de zoveelste foto van Astana zijn we een beetje trots op onze landgenoot.

We laten de hitte, de blauwe koepels, en de mozaïeken achter ons en gaan op weg naar een nieuw land waar ze ook plov en shaslick serveren, maar waar er vooral veel bergen zijn. Samen met de Fransoos (die binnen 1 dag een visum geritseld heeft) stappen we in een veel te klein autootje naar de grens met Tajikistan.