Rrrrrrggg Ggggwwwwppp pppfffssssst. Welkom in China. Rochelen, het spul verzamelen en boel uitspugen; heel normaal hier.

China beginnen we in Beijing. We zijn weer terug. Dit keer met een extra reisgenoot. Één die zichzelf papa noemt en graag een bakkie snot (koffie dus) drinkt. En ’s ochtends heel veel praat. Voor de mensen met ochtendhumeur nogal wennen. Sssht!
We sturen papa na het snelle bezoek aan Mao naar de Verboden Stad. Voor de rest draait het Beijing om gezellig en lekker eten en drinken in de Hutongs.

Na de DPRK vieren we na een middag ti-tsjo-bà (798) een verjaardag in Beijing. Met taart en al. Superleuk.

In China reizen we alles per trein, zo ook naar Datong. Retevroeg, maar zeer comfortabel. Na een paar uur slaap zien we urenlang die hele beroemde muur aan ons voorbijtrekken. En wat graven.

Op het station van Datong blijkt de beoogde slaaplocatie niet meer te bestaan. Ook hier heeft de sloopwoede toegeslagen. Wel om er weer een foeilelijk gebouw neer te zetten. Een mannetje weet wel een guesthouse voor ons en ook een tour, want wat moet je anders in Datong. Niets blijkt, als we in een soort Bataviastad staan te poseren met locals.
De tour brengt ons met paarse vlag naar het hangende klooster en de Yunyan Caves.

Van Datong gaan we naar Pingyao. De meest chagrijnige en lompe chauffeur van de stad rijdt ons naar het guesthouse. Onderweg gooit hij nog wat mensen uit z’n kar. We vermoeden dat de man aan het hoofd staat van de plaatselijke mafia.

Driespersoons betekent in het guesthouse een driepersoons bed, waar makkelijk 7 Chinezen in passen. Finbar mag in het midden.

In Pingyao lopen we rond in de oude stad en poseren we met Chinezen. We eten oogballen van deeg en zwarte sesam, zien de stadsmuur en worden vaak stiekem gekiekt.

Via de Qiao Family Courtyard, bekend als de filmlocatie van ‘Raise the Red Lantern‘, rijden we naar Taiyuan. Een typisch Chinese stad met nieuwe gebouwen. Hier vertrekt de trein naar Shanghai. Een treinreis waarin Finbar een gezinnetje heeft, selfies heel hip zijn en waar vooral de wc veel indruk maakt. Qua lucht dan.

Shanghai verschilt enorm van Beijing. Het heeft dié #skyline. Die ene waarvoor elke avond mensen elkaar verdringen op de Bund om er een mooi #shot van te maken. En dat kan maar tot 23:00, want dan gaan de heftigste lichten uit.
Dat maken wij mee vanaf de rooftop van het protserige Bar Rouge. Op flip-flops kom je daar niet binnen.
’s Nacht in de taxi naar het hostel treffen we Mario achter het stuur, die de straten van Shanghai blijkbaar een prima Mario Kart parcours vindt. Tijdens het scheuren worden ‘jihoes’ afgewisseld met ‘vrrrrrrmmm’.

Ergens in de Franse buurt ligt het propaganda poster museum. Dit klinkt heel groots, maar het museum is verstopt in het souterrain van een appartementencomplex. Na een flinke portie cultuur lopen we maar weer verder door die grote stad. Om ergens wat te eten. En te drinken. Dit keer niet met posh uitzicht en bijbehorende prijzen. Ook de taxichauffeur is van een ander kaliber. Hij kan de weg niet vinden en wil ons bij vier verschillende adressen al eruit gooien. De arme man komt niet van ons af en we juichen hard als we voor de deur afgezet worden.

De aanleiding voor deze hele trip is het huwelijk van Xing Mei en Daan. In Nanjing. Of eigenlijk ver daarbuiten. In het Mingfa Pearl Spring Hotel is het vanaf vrijdagavond feest. Daar waar het lauwe bier aangerukt wordt en met iPhone apps druk gecommuniceerd wordt.

De ceremonie (deels Chinees, deels Westers) is aan het meer; de Chinezen zitten onder een plu, de Westerse gasten smelten weg. Daarna volgt het belangrijkste evenement van de dag: de lunch.
De tafels zijn van te voren ingedeeld, wij zitten aan de vega-tafel en Redger aan de singles-tafel. De vega-tafel krijgt op het dieptepunt een pot met kikkerpoten en paling voorgeschoteld. De serveerster beweert dat het vegetarisch is, want er zit immers geen vlees in.
Om ons heen gaan de eerste flessen Baijiu (zeer sterke goedje, variërend van 40–60%) open en klinkt het Ganbei! veelvuldig. We proosten mee. De singles-tafel overtreft iedereen. Daar worden wijnglazen van het spul weggewerkt alsof het Pijiu (bier) is. Menigeen schakelt zichzelf uit en zullen we pas weer bij het diner zien.

Na de receptie (een Westerse aangelegenheid, zo leren we) en het diner-buffet begint het feest. Met natuurlijk een flinke portie KTV (met megascherm en podium). Het begint eerst nog met een paar Chinese smartlappen, maar al gauw nemen die lompe Nederlanders de boel over. Totdat de flessen leeg zijn.

Na de laatste nacht China in Hostel Chez Priz vertrekken we weer. Vanaf terminal 2 en terminal 3.