We vouwen ons uit de kleine auto en zien dat we als eerste bij de grens zijn.
De reputatie klopt, het gaat allemaal vrij rap. Er hoeft geen geld nageteld te worden vandaag, alleen een formulier en het tonen van registratie bonnetjes (elke Oezbeekse accommodatie moet je registreren en daarvan heb je als bewijs een papiertje) is voldoende. Uitgestempeld en wel lopen we via de taxfree winkel/grenswisselkantoor (een hok met vooral drank) naar de Tajikse grens. Die houden hun kantoor buiten. En vinden het vooral leuk dat we hun land komen bezoeken. Het “Welcome to Tajikistan” klinkt dan ook erg gemeend.

Zodra we het hek naderen staat er al een legertje taxi-chauffeurs klaar. “Waarheen?” “Kojand of Penjikent” roepen we. Het wordt Kojand.
De chauffeur begint gelijk te bellen en blijft de hele rit bellen. Nogal hard en we krijgen een paar woorden mee; Penjikent en Haft-Kul.
Bij de taxi standplaats komt een andere auto aangereden. Via-via-via geritseld door de luide taxi-chauffeur. Na alle onderhandelingen zie we dat hij ook nog een kleine commissie opstrijkt.

Onderweg naar de Fan mountains zien we het landschap veranderen. We rijden tussen de bergen en het regent zelfs wat.
De weg tussen Ayni en Penjikent wordt door meerdere bronnen beschreven als mooi, maar ook vreselijk slecht. Dat valt reuze mee, want er wordt hard aan gewerkt onder leiding van een Chinees bedrijf. Er denderen nogal wat vrachtwagens uit dat land hier rond.
We hebben een klein oponthoud bij de brug, maar omdat onze chauffeur harder kan schreeuwen dan de wegwerker mogen we er langs.

(tekst gaat verder onder de foto)
Wegwerkers

In Penjikent worden we opgewacht door de plaatselijke ritselaar. Hij heeft ook een hotel. Natuurlijk kijken we even, maar gaan toch elders veel goedkoper tukken. En daar hebben ze ook nog fi-wi! We regelen wel via hem het vervoer naar Haft-Kul en een homestay daar.

De chauffeur van de dag ervoor blijkt ons toch niet naar de 7 meren te rijden. Daarvoor is weer een andere kerel tevoorschijn getoverd. Één in een huispak. En verslaafd aan bellen.

De homestay ligt tussen het 4e en 5e meer en na de lunch aan de rivier gaan we met de auto richting de laatste meren. Nummer 7 schijnt onbereikbaar te zijn met een 4WD, maar daar heeft ons huispak lak aan. Hij dendert er zo heen. Tot grote verbazing van een passerende witte baard.
Bij het meer aangekomen begint het te onweren en te regenen. We rijden terug, maar bij het zesde meer wordt de weg onbegaanbaar door dikke mudslides. Eerst lijken wat keien de weg te versperren, maar even verderop blokkeert een kleine aardverschuiving de weg.
Het is inmiddels droog en we proberen de berg modder, stenen en gruis naar beneden te stampen. De chauffeur helpt niet echt mee, hij is bang dat z’n huispak vies wordt. Het lijkt erop dat we echt meer hulp nodig hebben. Na wat gebel en wachten komt een boer op laarzen met schoffel aanwandelen.

We lopen door het dorp en praten op het dorpsplein (twee gammele houten bankjes) met de wijze mannen. We zien kinderen met een paarse bek bij een fruitboom en kinderen in bijna versleten kleding.

Het eerste stuk op weg naar Dushanbe gaat voorspoedig. Huispak is weer druk aan het bellen. We vermoeden dat hij ons wil dumpen.
Op de brug moeten we even wachten, omdat er een Chinese wegwerker aan een touw naar beneden wordt getakeld. Een muzikant vermaakt de wachtende mensen, wel in ruil voor wat geld.

Bij de wonderlijke Tajikse koelkast (een waterval koelt de flessen) krijgen we pas echt te maken met oponthoud. Een fikse aardverschuiving blokkeert het verkeer en de hopen afgebrokkelde berg worden opgeruimd door Chinese machines. Na 2 uur mogen we erlangs, tot groot plezier van ons huispak die als een dolle het gaspedaal intrapt. De pret duurt niet lang, want een paar kilometer verderop is er echt een halve berg ingestort. De Chinezen zijn al druk bezig met uitzondering van één Chinees die vooral in z’n eentje zit te zingen. In de 3 uur wachttijd wringen we ons in allerlei houdingen, lopen wat rond, eten zonnebloempitten en kijken naar grote blokken steen die de rivier in worden geplempt; huispak is ondertussen vooral aan het bellen.

De tunnel naar Dushanbe is dicht, dus we mogen ook nog even over een pas. In het donker met sneeuw en mist. Eenmaal beneden mogen we wat eten en drinken. De ogen van huispak hangen inmiddels halverwege zijn gezicht.
In Dushanbe kan hij echt niet meer en uiteindelijk worden we toch gedumpt bij een nogal domme taxi-chauffeur.