Je kunt met de trein in 5 uur van Kiev naar Lviv, maar het kan ook in 8,5 uur in de chillmodus. Mét hele blije provodnitsa. Ze wordt nog blijer van de typisch Nederlandse ansichtkaart (tulpen èn molentje) die ze van ons krijgt.

Uitgerust nemen we de gammele tram richting het centrum van Lviv. De meest Europese stad van Oekraïne. Lwów/Lemberg/Leopolis zou niet misstaan in het zuiden van Polen, Slowakije of Hongarije.

Op het Père Lachaise van Lviv, Lychakivske, zien we hele oude graven (de handen van Veilig in Jezus’ armen zijn er wel vanaf gevallen), mooie Art Nouveau graven en graven uit de Sovjet periode. Die zijn makkelijk te herkennen; zwart, strak, grote letters, geen Jezus of kruis. Wat ook opvalt zijn de vele foto’s op de graven, van heel oud tot recent.
Via het bosrijke gedeelte komen we op de aangrenzende memorial. Eerst die voor Poolse soldaten uit de periode 1919-1921, verderop die van Oekraïense soldaten. Naast de graven van de gevallenen uit voorbije oorlogen een veld met heel veel verse kransen. Graven van pas gesneuvelde soldaten uit de oorlog die aan de andere kant van het land woedt. Op elk graf ook weer een foto. Ogen van jonge mannen kijken je aan. Bij één van de graven staat een weduwe.
In stilte verlaten we de begraafplaats.

We lunchen bij Dim Lehend. Op elke verdieping een themakamer en bovenop het dak een Trabant met vleugels. Naast de bronzen schoorsteenveger (waar je muntjes op moet gooien) ook een echte. De man is een verhalenverteller pur sang; helaas verstaan we er niets van. Op het dak doen toeristen (veel binnenlands) waar ze goed in zijn, poseren bij de auto in de schoorsteen. Ondertussen zijn we getuige van een huwelijksaanzoek.

We lopen een heuvel op voor het uitzicht, eten een worst en een pannenkoek op het toeristenmarktje, staan voor gesloten deuren van musea en zien blote kippen naast groenten liggen op de normale mensen markt.

Uiteraard zit Lviv boordevol mooie kerken, waarvan de Armeense de winnaar is, maar ook de kapel van de familie Bolm mag er wezen. Ook ’s avonds zijn de kerken open. Bij de Dominicaanse kerk word ik door een oud besje streng terecht gewezen. Blijkbaar stond ik op de verkeerde plek (die kerk zijn we 2 keer in geweest, conclusie: er is altijd wel een dienst). De Paulus en Pieter kerk is in het donker een tikje luguber. In de zijbeuk staat een kist en verderop een opgebaarde Jezus in een glazen kist. In het middenschip biddende mensen en in de andere zijbeuk een bord met foto’s van overleden Oekraïense soldaten.

De oude vrouwtjes zijn trouwens de ruggengraat van de Oekraïense samenleving. Zij houden het geloof in stand; je kunt geen kerk inlopen zonder dat er een groepje oude hangvrouwtjes aanwezig is, hoofddoekjes strak omgeknoopt en maar kruisen slaan bij elke heilige. Sommige afbeeldingen van heiligen liggen onder glas, daar drukken de vrouwtjes een stevige kus op en maken het glas schoon met de doek dat er standaard naast ligt. Begraafplaatsen worden eveneens aan kant gehouden door de dames, druk schoffelend lopen ze rond, geen enkel bloemetje staat scheef.

Het vreemdste restaurant van Lviv is het Vrijmetselaars-restaurant. Via een portier in een stoffig hok kom je binnen in een rijkelijk gedecoreerde ruimte boordevol symbolen waar Dan Brown behoorlijk opgewonden van zou worden. Uitkijkend op het Rynok plein doen we ons tegoed aan een copieus maal met kaas en varkensvet. En alleen met Lviv kortingspas krijg je 90% korting op de rekening.

De oorlog is aan de andere kant van het land, maar ook in Lviv is er wat van te merken. Naast de indrukwekkende graven proeven we ook iets van het sentiment in het westen van het land. Naast de trots over het blauw-geel van de eigen vlag laat men met dat andere blauw-geel maar al te graag zien welke toekomst wordt nagestreefd. Die van de EU. In veel horeca staan collectebussen voor het Oekraïense leger en in het Biertheater hebben ze een aantal protestbieren. En wie z’n reet wil afvegen met de tronie van Putin kan op een willekeurige markt terecht voor Putin pleepapier.

We verlaten Lviv met een nachttrein en gaan richting het zuiden aan de zwarte zee.
Helaas is het in Odessa geen strandweer. Dus geen Arkadia beach voor ons, maar wel de bekende Potemkin trappen en een hele witte kerk.
Voor het luttele bedrag van 20 Grivna (€0,82) gaan we naar de opera. Iets van Tsjaikovski naar aanleiding van een boek van Pushkin (die heeft overigens ruim een jaar in Odessa gewoond). We zijn wel een beetje underdressed. Gelukkig is niet iedereen in galajurk en lopen er nog wat andere sloebers in een afgetrapte outfit rond.

Wij verwachtten een badplaats met vergane glorie, maar dat blijkt minder waar te zijn. Natuurlijk staan er volop vervallen panden, maar de boulevards liggen er prima bij voor een goed potje flaneren. en daar draait het allemaal om in Odessa.
Dat merken we maar al te snel; binnen mum van tijd ontmoeten we een aantal Nederlandse mannen van middelbare leeftijd die in Odessa bezig zijn met de zoektocht naar liefde. Of vrouwelijk schoon. De Deventenaar is maar al te blij dat hij weer even Nederlands kan praten. Hij is met z’n vriendin op rondreis door haar land en ze eindigen in haar geboortestad. De Zuid-Hollander waar we ’s avonds een biertje mee drinken houdt er deze week twee vriendinnen op na en is verzot op het nachtleven van Odessa. Hij vertelt ook over hoe het datingsysteem in elkaar steekt (mannen moeten per brief/e-mail betalen, en daar zitten ook verschillende gradaties in). De volgende dag zitten we bij de Franse tent op de boulevard te ontbijten en horen een knoestig type onhandig camping-Engels praten tegen 2 dames die zo’n 20 jaar met hem schelen. Even later loopt een lange gast met een typische melkmuil op z’n brogues voorbij, rolkoffer in z’n hand en een hooggehakte blondine aan z’n zijde.
We wensen alle mannen veel geluk met hun zoektocht en verlaten Odessa voor de overkant van de zwarte zee.