De planten langs de weg zijn roestbruin, de golfplaten daken en bamboehutten langs de weg hebben dezelfde kleur, net als de binnenkant van onze neus. We zitten in de tuktuk van mr. Nicky en rijden richting de Killing Caves.

Na een boottocht van zo’n 9 uur komen we aan in Battambang (spreek uit als Battaombong). Het duurde toch iets langer. De boot moest zich na het Tonlé Sap meer op sommige stukken behoorlijk door de blubber schrapen.

We maken kennis met mr. Happy (zo heet hij natuurlijk niet echt), een tuktuk chauffeur die ons naar een guesthouse brengt. Die is vol, maar Happy heeft een andere suggestie, het ligt om de hoek en heeft een zwembad. De luxe!

Happy is de dag erna al bezet, maar hij heeft een andere chauffeur voor ons geregeld; mr. Nicky (ook weer zo’n mooie bijnaam). Hij is 34, gescheiden en zorgt voor z’n dochter van 7. En heeft visitekaartjes. Want mr. Nicky heeft z’n eigen route rondom Battambang, inclusief de rollercoaster. En die andere tuktuk chauffeurs kopiëren dat schaamteloos.

De bamboetrein bestaat uit twee onderstellen met wielen, een aandrijfriem, bamboe en een motor. Dit zien we pas als we een tegenligger op het spoor hebben. Het is eenvoudig te demonteren en zit ook zo weer in elkaar.

Bij het ‘station’ zit een oud-soldaat. Hij trekt z’n shirt omhoog om een gigantisch litteken te laten zien. Ondertussen cirkelen wat meisjes om ons heen. We krijgen sieraden van bamboe. Wel in ruil voor een flesje prik.

Er is ook een winery in de buurt. Cambodjaanse wijn is niet te drinken, de brandy valt mee. Naast ons zit een groepje Fransen van middelbare leeftijd enorm zure bekken te trekken. Nicky excuseert zich, hij moet even weg; Happy heeft een lekke band.

We rijden verder door het platteland over de roodbruine zandwegen. Kinderen zijn in groene modder aan het vissen.

De Killing Caves (één voor volwassenen en één voor kinderen) werden door de Khmer Rouge gebruikt om hun te doden. Die zaten in de gevangenis (nu een tempel).

Verder omhoog een uitzichtpunt. Er staat een olijke monnik. Hij is een school aan het bouwen en wil donaties. Als bewijs krijgen we een map in onze handen gedrukt. Wij vragen hem maar om z’n monnik-id als bewijs.

Beneden zit iedereen klaar voor het klapstuk van de dag; miljoenen vleermuizen die uit hun grot de schemer invliegen.

Als we Battambang verlaten komt mr. Nicky ons uitzwaaien. We moeten uiteraard terugkomen. Getrouwd en wel.