We laten Luang Prabang achter ons en gaan richting het zuiden.

De minibus delen we met een oudere Fransman en een groep Israëli’s. Dat is een apart soort reiziger. Ze zijn ietwat luidruchtig en een tikje onbeschoft. Vooral tegen locals. Misschien komt het omdat het altijd jonge mensen zijn (dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Fransen die we in de leeftijd van 1,5 tot pakweg 75 tegenkomen).

Vang Vieng staat bekend om het tuben (drijven in een band) en is populair onder jonge backpackers (lees: pubers). Het tuben schijnt niet meer te zijn wat het geweest is, vooral omdat de drankhutten langs de rivier platgebrand zijn.

Ondertussen is Vang Vieng best mooi. De rit er naar toe trouwens ook.

Omdat we er toch zijn, doen we ook maar mee aan het backpackers geweld. Niet het tuben, maar de gratis cocktails in de Ierse pub, waar het ook nog Happy Hour is.

We reizen door naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Oké, er staan wat ambassades en ministeries, maar de stad heeft bijzonder weinig van een hoofdstad. En ook hier weer dat Lao tempo.

De grootste markt van Vientiane is gevuld met elektronica. Niet alleen een heleboel fake telefoons, maar ook wasmachines en koelkasten.

Op de night market loop je met een cocktail langs de kraampjes. En die staan weer langs de rivier.

Verder gebeurt er in Vientiane vrij weinig. De oudste tempel kun je in 10 minuten zien en voor de rest moet je gewoon heel rustig aan doen.