In Trondheim zitten we tussen de studenten. Ons hostel is dan ook een soort studentenflat. We hebben een appartement dat we ’s avonds blijken te delen met een vrouw en een wazige Duitser. De vrouw vlucht snel haar kamer in, de Duitser probeert nog een lullig gesprek aan te knopen. “Ja, Noorwegen is heel duur.”

In de zon ziet Trondheim er mooi uit met de gekleurde houten huisjes, de oude brug, wat statige gebouwen en een zeer prominente kerk.
De dag erna is het een hele andere wedstrijd. Sneeuw en een snerpend koude wind. Strondheim. Gelukkig is de highlight van de stad een binnen-attractie. Dus hup – met het gouden combiticket bezoeken we kathedraal, de kroonjuwelen en het museum van het Nidaros Domkirke complex. Bij de kroonjuwelen afdeling krijgt een nogal luid stel ruzie. Na een ferme Ssssht! van Finbar besluiten ze zich in te houden.

Vanuit Trondheim gaan we naar Zweden. De trein brengt ons via Storlien (mini-skigebied) via Åre (een heel serieus skigebied) naar de biathlonvelden van Östersund. De stad ligt aan een meer. Eerst lunch. Wat in Zweden zoveel betekent als een buffet. De eigenaar van de tent laat trots zien dat ze ook ‘maatjes’ hebben (haring, maar dan ingemaakt).

Het meer schijnt een monster à la Loch Ness te hebben, maar we zien niets. Wel drijven er nog stukken ijs op het meer. Aan het eind van de dag gaat de stadspiste open. Even een afdaling doen na je werkdag. Prima!

Via een fikse vertraging van de SJ (Een ladder op het spoor? Verkeerde knop ingedrukt?) en een nacht in Uppsala gaan we naar Sigtuna. De oudste stad van Zweden. We lopen rond, ontcijferen rune-stenen, lunchen bij tante Brun en zien het kleinste gemeentehuis ooit.

In Stockholm is het een feest van wederzien. Eerst pinten met Arie in -hoe kan het ook anders- een Ierse pub (en écht: de pub heet Temple bar). Diezelfde avond arriveert het echtpaar Rood, zij haken anderhalve week bij ons aan.

Eerst moet nog wel 16 jaar verkering gevierd worden. En na wat gedraai en een heel smoezencircus krijgt nietsvermoedende Willem dan eindelijk die taart van zijn Ca. Vervolgens gaan we naar het Vasa museum en zien een hele oude boot.

Met de beruchte zuipschuit gaan we naar de Åland eilanden. Vanuit Stockholm met de bus en boot voor maar €2,20 p.p. En dat alleen maar omdat die boot niet bedoeld is mensen van A naar B te brengen. Die boot is om te zuipen. Op de boot kunnen passagiers zich vermaken in barren, restaurants met vooral vet eten, slechte live muziek, een disco en in een enorme tax free winkel. Vandaar dat menigeen met zo’n opklapbaar karretje aan boord gaat.
Bij het boarden zien we eerdere passagiers van boord gaan. Lichtelijk waggelend, met een wazige blik in hun ogen en tassen vol drank en tabak gaan ze weer naar huis.
Na 2 uur verlaten wij de boot. Met een tray bier, zoals het hoort. Bijna alle passagiers gaan weer terug naar Zweden. Dus laten ze hun glazen weer rijkelijk bijvullen, trekken hun decolleté’s recht en laten de gokkasten ronken. Hun feest duurt nog wel even.

Op Åland zitten we in een resort waar het in de zomer vast heel druk is. Nu is het uitgestorven op ons en een paar voetbalteams na.

Op Åland hoor je te fietsen en dat doen we. Richting Hammarland (stop! Hammertime) langs dorpen met zo’n 30 inwoners, authentieke molentjes en geen enkel open café. Zestig kilometer lang met aardige heuveltjes en dikwijls een fikse wind tegen. Met andere woorden: pittige rit voor de ongeoefende fietser. Eigenlijk hebben we geluk dat de fietspont niet gaat anders waren die 60 rustig 80 geworden. Op de weg terug naar onze luxe cottage en de Peroni komen we eindelijk langs het postkantoor van Eckero. En daar blijkt een restaurant half-open te zijn. De soep en brood dat over is van een één of ander glutenvrij event gaat er goed in. Net als het biologische lokale bessenbier. Als volleerde hipsters gaan we ook nog bij het chocoladewinkeltje van de Venezuelaanse buuv kijken. We zijn niet erg welkom, maar gelukkig hebben we iemand bij ons die heel professioneel een voet tussen de deur kan proppen.

We verlaten de afvallige eilandengroep op bijna dezelfde manier als we gekomen zijn. Met een iets serieuzere boot (hij doet er dan ook 5 uur over), waarop stijldansen weer helemaal in is en waar vermoedelijk iemand op overleden is (bij het boarden wordt een brancard naar binnen gereden die we niet met een bloedspoed terug zien).